donderdag 16 mei 2013

Leesgroep ‘Een schitterend gebrek’, Arthur Japin Door Sara Visser, Lisan Viveen en Zoë Pasman, klas 5C



Standaardinformatie
Titel: Schitterend gebrek
Geschreven door: Arthur Japin
Jaar: 2003
Thema: Amsterdam , Casanova, Giacomo , Italië , Liefde , 18e eeuw
Uitgever: Biblion Uitgeverij


Samenvatting

Hoofdpersoon en ikverteller is de Italiaanse Lucia. Zij is geboren in 1728 en groeide op in een eenvoudig milieu. Ze kende een onbezorgde jeugd en was de lieveling van de gravin bij wie haar vader in dienst was.  Voor de bruiloft van de dochter van de gravin komen als gasten vanuit Venetië onder anderen de broers Francesco en Giacomo Casanova. Tussen Lucia (veertien) en Giacomo (zeventien) ontbloeit voor beiden hun Grote Liefde. Ze beloven elkaar trouw en leggen hun toekomstplannen vast: over een halfjaar zullen ze zich verloven, een paar maanden later trouwen.

Na Giacomo's vertrek krijgt Lucia een Franse huisonderwijzer om haar bij te scholen en voor te bereiden op haar omgang met de hogere kringen. Haar vorderingen zijn enorm.
Niet lang voordat Giacomo terugkeert, slaat het noodlot toe. De huisonderwijzer krijgt de pokken en sterft. Lucia verzorgt hem en raakt ook besmet. Ze laat zich aan armen en benen vastbinden om zichzelf niet open te krabben. Wanneer ze op het nippertje overleeft en zichzelf in de spiegel bekijkt, ziet ze hoe geschonden haar gezicht is. Het stort haar in een hevige tweestrijd. Uiteindelijk neemt ze de beslissing om zich voor Giacomo's carrière op te offeren en hem het verzinsel over te laten brengen dat ze er met een van de knechten vandoor is gegaan.
Voor Lucia begint dan een zwerftocht door Italië. Voortaan noemt ze zich - met dank aan de Franse huisonderwijzer - Galathée de Pompignac. Ze trekt naar het Zuiden en vindt werk bij een vooruitstrevende familie in Bologna. Een Franse gravin, die zich opwerpt als Galathées beschermvrouw.  Met deze Française trekt Galathée als haar secretaris verder op. Ze woont jaren bij haar op haar kasteel in Vincennes, dichtbij Parijs. De gravin wordt ziek en overlijdt. Galathée besluit ditmaal naar Amsterdam te reizen. De werkelijkheid is ontnuchterend. Door de economische achteruitgang én door haar misvormde uiterlijk lukt het haar niet een baan te vinden. Zo belandt ze ten slotte in de prostitutie. Het is een hard bestaan..  Haar leven neemt pas een gunstiger wending als ze  haar werk gesluierd gaat doen.
Op een avond stelt een van die vaste klanten in de schouwburg een Frans sprekende gast aan haar voor: le Chevalier de Seingalt. Zij herkent in hem meteen haar vroegere geliefde Giacomo. Maar door haar voile(s), haar andere naam, haar veel lagere stem en haar volwassen postuur merkt hij totaal niet dat hij opeens zijn 'trouweloze' jeugdliefde ontmoet. Hij maakt haar het hof. Er groeit een intensief contact. Ze voeren intrigerende gesprekken, onder andere over trouw en ontrouw van vrouwen en mannen, gesprekken die telkens balanceren op de rand tussen onthulling en geheimhouding. En ze vrijen ook, waarbij Lucia/Galathée haar gelaat zoals altijd bedekt houdt.

Giacomo gaat naar een aangegeven plaats en treft daar, ongesluierd, de verlepte en mismaakte Lucia aan. Hij is geschokt, praat even met haar en beseft dat hij haar vroeger groot onrecht heeft aangedaan. Aan Galathée stuurt hij een brief met geld en een verslag van zijn bevindingen. 'Arme Lucia, zij is niet ronduit lelijk geworden, maar iets wat nog veel erger is: weerzinwekkend'.


Individueel deel

Ik werkte samen in een groepje met Lisan en Zoë. De samenwerking ging eigenlijk meteen al erg goed. We waren het er dan ook vrij snel over eens dat we Een schitterend gebrek wilden lezen. Ook de discussie verliep goed: het was ook daadwerkelijk een discussie. De een had een andere mening dan de ander, waardoor ikzelf ook nieuwe inzichten heb verkregen in het boek. Dat vond ik erg fijn aan de leesgroep: doordat je moet discussiëren over een boek, ga je ook daadwerkelijk nadenken over het verhaal, en wordt je gedwongen om je eigen mening goed te formuleren. Toch hadden we misschien iets langer moeten discussiëren, zodat we ook tot een gezamenlijke mening zouden komen, want dat is iets dat nu mist in het verslag, omdat we alle drie te verschillend over het boek dachten.
Maar al met al vond ik de leesgroep erg geslaagd, het boek leuk om te lezen, en het samen uitwerken van het verslag prima: een goede boekkeuze en een fijne leesgroep!


Onze verwachtingen

Onze verwachtingen van ‘een schitterend gebrek’ waren positief. We hadden van verschillende mensen  al gehoord dat het boek de moeite waard was om te lezen. Daarnaast staat Arthur Japin bekend als een goede schrijver en de flaptekst sprak ons aan.


Titelverklaring

Je kunt de titel op verschillende manier opvatten. Ten eerste;  Voordat Lucia ziek werd en dus nog geen gezichtsaantasting had, ontmoette zij Giacomo voor de eerste keer. Giacomo praat met zijn broer over haar en vertelt hem hoe mooi ze is, hoe gehoorzaam, hoe gelovig, ze is eigenlijk volmaakt. Ze heeft slechts één tekortkoming; ze is te jong. Hierop zegt haar broer lachend; ‘wat een schitterend gebrek’. Deze zin leidt rechtstreeks terug naar de titel. Ten tweede kun je de titel op een meer figuurlijke manier opvatten. In de titel zit namelijk een groot contrast: een gebrek is iets negatiefs, dat komt voort uit het feit dat de mensen (na de ziekte) haar veroordeelden vanwege haar uiterlijk en zelfs van haar walgden. Het ‘schitterende’ uit de titel wijst op het feit dat ze veel van haar gebrek heeft geleerd. Zo concludeert ze ook: “Mijn liefde leefde, niet omdat ik werd bemind, maar omdat ik zelf liefhad!(…) Niet hebben, maar geven. Zo zegepralen wij alsnog. Dit heeft mijn gebrek mij geleerd.” In feite zegt ze dat haar gebrek in die zin haar niets negatiefs heeft gebracht, omdat ze zelf liefhad en gaf en haar liefde daardoor alsnog leefde. Dit is dus het schitterende aan het gebrek.

Personages

Lucia /Galathée de Pompignac
Lucia is de hoofd persoon. Ze heeft een fijne, makkelijke jeugd en op haar veertiende wordt zij verliefd op Giacomo. Zij groeit verder op tot een mooie jonge vrouw en om haar voor te bereiden op haar leven met Giacomo, krijgt zij les van Monsieur de Pomignac. Op een gegeven moment krijgt Lucia de pokken, waardoor haar gezicht ernstig beschadigd raakt. Zij besluit om dit niet aan Giacomo te vertellen en vlucht weg. Hierna leidt ze een wisselend bestaan. Om geld te verdienen wordt ze o.a. prostitué, maar ook bijvoorbeeld anatomisch model. Zij verandert haar naam in Galathée de Pomignac. Op een gegeven moment begint ze met het dragen van een sluier, waardoor haar verminkte gezicht niet meer zichtbaar is voor anderen.

Giacomo Casanova/Le Chevalier de Seingalt
Op het feest van de gravin ontmoet Lucia Giacomo voor het eerst, waar hij te gast is. Lucia en Giacomo worden verliefd op elkaar en Giacomo doet een trouw belofte aan Lucia voordat hij naar Venetië vertrekt. Omdat Lucia vlucht nadat ze de pokken heeft gehad, ziet Giacomo haar pas weer een hele tijd later, als zij haar naam al heeft veranderd in Galathée en een sluier draagt, waardoor ze niet herkenbaar is voor Giacomo. Hij is dan uitgegroeid tot een rijk persoon, die veel harten van vrouwen heeft veroverd. Hij heeft echter nooit meer zoveel liefgehad als bij Lucia.


Zelide

Zelide is een wetenschapster. Ze is heel open en eerlijk. Als ze Lucia ontmoet, die dan nog geen sluier draagt, leert Zelide haar dat ze zich niet moet schamen. Zelide neemt vervolgens Lucia mee en Lucia helpt haar/gaat voor haar werken bij allerlei opgravingen. Zelide is heel goed voor Lucia en ze wordt tot haar dood door Lucia verzorgd.

De gravin
De gravin is de eigenaresse van het landgoed waar de ouders van Lucia werken en waar Lucia ook opgroeit. Ook ontmoet Lucia Giacomo daar voor het eerst en krijgt ze er les van Monsieur de Pompignac. De gravin vertelt Lucia over het belang van uiterlijke schoonheid, en de kwelling die het met zich meebrengt.

Monsieur de Pompignac
Monsieur de Pompignac is de Franse leraar van Lucia. Hij is erg over haar te spreken en hij is vrij veeleisend voor haar. Later krijgt hij de pokken, waar hij aan overlijdt. Lucia verzorgt hem in de laatste periode voor zijn dood.

Jamieson
Jamieson is een van de vaste klanten van Lucia. Lucia gaat aan het einde van het boek met hem mee naar Amerika, waar ze samen een nieuw bestaan opbouwen.

Setting, perspectief, open plekken enz.

Het verhaal speelt zich op twee plekken af; in een landhuis op het platteland nabij Venetië en in Amsterdam. Tussendoor reist de hoofdpersoon rond, maar hier blijft ze niet al te lang waardoor het van minder groot belang is. De twee bovengenoemde plekken contrasteren ontzettend met elkaar. Het landhuis is een rustige plek waar Lucia opgroeit. Het landgoed wordt omschreven als een bijna idyllische plek, waar Lucia gelukkig is en zich eigenlijk nergens zorgen om hoeft te maken. Dit is dan ook de plek waar Lucia nog geen ‘gebrek’ heeft en zich nog geen zorgen  hoeft te maken. Amsterdam is eigenlijk het tegenovergestelde van het landgoed, het is er druk, vies en zeker niet idyllisch. Om te overleven moet Lucia hier het ‘hoerenwereldje’ in, op deze manier wordt de negatieve stempel van de plek nog extra benadrukt. Dit is ook de plek, waar Lucia te kampen heeft met de aandoening op haar gezicht. Je kunt eigenlijk zeggen dat de plek waar Lucia verblijft, gelijk staat aan de problemen en/of goede dingen die in haar leven gebeuren. De setting is  van groot belang voor het gevoel en het handelen van de hoofdpersoon.
Het perspectief is van de hoofdpersoon zelf, Lucia dus. Hierdoor krijg je meer begrip voor het handelen van Lucia.  Eigenlijk zorgt deze vorm van perspectief ervoor dat je emotioneel ‘door dit verhaal gaat’ in plaats van een objectieve manier. 
Ten slotte waren er een aantal open plekken, die ons na afloop van het lezen zijn opgevallen. De eerste is de reden van haar aandoening aan haar gezicht. Het verhaal begint in Amsterdam, waar ze de aandoening  al heeft. Ook staat ze hier al bekend als een vrouw die niet zo snel ergens vies van is (lees; een hoer). Dit wordt niet letterlijk genoemd, het enige wat wordt gezegd is dat men haar liever niet aankijkt en dat ze wel weet wat ze allemaal denken betreffende haar. Een goed voorbeeld is als ze in het theater zit en daar Monsieur de Seingalt ontmoet. Op dit moment weten we nog niet dat Giacomo is, sterker nog, we weten nog niet van het bestaan van Giacomo. Dit kun je dus ook overduidelijk een open plek noemen;
‘Hij was te welopgevoed om zijn ongemak met ons onderhoud te tonen, maar hij zorgde er wel voor dat hij vanuit de zaal niet met mij gezien kon worden. Dat ben ik gewend. Het kwetste mij niet en ik nam het hem niet kwalijk’. (bladzijde 17)
In dit fragment komt Monsieur de Seingalt dan wel niet voor, maar wel wordt er duidelijk gemaakt dat Lucia niet bepaald bekend staat als iemand waar je graag mee gezien wil worden. Waarom dit zo is, weet je echter nog niet. Een andere open plek is als Lucia naar het spinnenhuis gaat en daar wordt aangevallen door één van de gevangenen, hierna zegt Lucia tegen de gevangene  dat ze het heel erg voor haar vindt. De reden waarom wordt pas later in het boek verteld, ze heeft er namelijk ook zelf vastgezeten en deze persoon heeft haar in deze periode altijd geholpen. Deze persoon is nu ziek geworden en Lucia vindt dat uiteraard erg.

Uiteraard zijn er nog veel meer open plekken, maar dit vonden wij de belangrijksten.

Thema en motieven

Het thema is (in de ruimere zin) volgens ons liefde. Het verhaal draait om de (vroegere) liefde tussen Lucia en Giacomo. Deze liefde voor elkaar, en de manier waarop het zich uitpakte, heeft de rest van hun leven bepaald. Gespecificeerd zou je kunnen zeggen dat het thema ‘uiterlijk’ is. Want dat heeft ervoor gezorgd dat Lucia weg is gegaan en daarmee Giacomo in de steek heeft gelaten, met alle gevolgen van dien.
Er zijn meerdere motieven, maar de twee belangrijkste motieven die telkens terugkomen zijn de volgende:
Verminking:
Het belangrijkste motief dat steeds weer terug komt is verminking. Door haar verminking is het hele verhaal op gang gekomen, en ze wordt er steeds weer aan herinnerd dat ze verminkt is aan haar gezicht. Onder andere doordat zij slecht aan werk komt door die verminking en niet goed wordt geaccepteerd.
Seks:
Het motief seks komt telkens terug. Ze vindt het namelijk de meest geschikte manier om geld te verdienen, op een gegeven moment wordt ze dan ook prostitué in Amsterdam. Ze geeft zich dan ook makkelijk over aan mannen die seks met haar willen hebben, om hen het gevoel te geven dat ze mooi zijn, en in de hoop dat ooit iemand haar dat gevoel ook wil geven.

Oordeelvorming

 Lisan:  Dit is een boek wat mij zeer heeft aangegrepen, dit komt doordat het verhaal vanuit de ‘ik-persoon’ geschreven is. Ik vond het hierdoor ook moeilijk om objectief naar het verhaal te kijken, je ziet van de andere personages tenslotte maar één kant, wat meeleven met deze personages bijzonder lastig maakt. Je kunt immers pas een goed oordeel vellen als je de beweegredenen van alle personen kent. Dit vind ik wel een nadeel van het boek, ik had liever gezien dat de schrijver ‘de alwetende persoon’ was geweest. Wat is een pluspunt vind aan het boek is dat het realiteitsgehalte van het boek, alles is in zo’n detail geschreven dat het lijkt alsof je er echt bij bent. Wat Japin slim doet, is dat hij het niet te gedetailleerd maakt, waardoor het niet saai wordt. Ook is de opbouw van het verhaal erg prettig. Omdat je telkens achter nieuwe feiten komt, wordt het verhaal steeds interessanter naarmate je verder leest. Dit gaf mij de neiging om door te lezen. Al met al vond ik het een goed in elkaar gezet boek, met een hoge emotionele waarde die mij persoonlijk aangreep.

Sara: Al een lange tijd wist ik dat Een schitterend gebrek een van de boeken zou worden die ik zou lezen voor de lijst. Toen we konden kiezen uit de verschillende boeken voor de leesgroep, was dit boek dan ook gelijk mijn eerste keus. En niet voor niets: ik vond het simpel weg een prachtig boek. Het verhaal heeft erg veel indruk op mij gemaakt. Alle emoties die werden beschreven vanuit de ik-persoon kwamen direct binnen en daardoor kwam het karakter van Lucia heel compleet over. In tegendeel tot Lisan vind ik het dus juist niet erg dat het verhaal wordt verteld door Lucia zelf; het is immers ook háár verhaal. Bovendien kon je daardoor heel goed meeleven met de beslissingen die ze heeft gemaakt en de gebeurtenissen die ze heeft ondergaan.
Naast de inhoud van het boek, is ook de schrijfstijl erg goed en prettig. Hij drukt vaak complexe dingen in korte zinnen uit, waardoor er veel aan je eigen verbeelding wordt overgelaten.
Tot slot vond ik de volgorde van het verhaal erg goed. De stukken verhaal wisselde elkaar af: het ene stuk vindt plaats toen Lucia nog een jong meisje was, het volgende stuk speelt zich af in het ‘heden’
wanneer Lucia een volwassen vrouw is. Dit stimuleert om verder te lezen, zeker omdat de stukken soms eindigen met een soort van ‘cliffhanger’, waarna je vervolgens een heel stuk moet lezen tot er weer wordt teruggegrepen op het desbetreffende stuk.
Dit waren een aantal punten die ik erg goed vond aan het boek. Al met al was het een geslaagde keus om voor Een schitterend gebrek te kiezen.

Zoë:
Ik wilde dit boek al lange tijd lezen, omdat ik er erg goede reacties op had gehoord. Toen ik hoorde dat Sara dit ook graag wilde, was de keuze dus snel gemaakt.
In tegenstelling tot Sara en Lisan had ik erg veel moeite om door het begin van het boek heen te komen. Ik zat niet lekker in het verhaal en had in het begin zelfs telkens het gevoel dat de hoofdpersoon een jongen was. Later werd dat gelukkig beter en uiteindelijk vond ik het een erg mooi boek. De schrijfstijl vond ik prettig lezen. Net als Sara vond ik het fijn dat complexe dingen in korte zinnen uit werden gedrukt. Het verhaal trok me erg aan en door de open plekken bleef ik geïnteresseerd tot het einde. Ik ben blij dat ik dit boek gelezen heb, het was een geslaagde keus!


dinsdag 2 april 2013

Verwerkingsopdracht: De idealen uit de Verlichting en wat daarvan terecht is gekomen


In de Verlichting kwamen vele idealen op. Al die idealen konden teruggeleid worden op het verstand. De Verlichting wordt dan ook wel de Eeuw van de Redelijkheid genoemd. De samenleving moest, net als de natuur, met het verstand worden onderzocht. De kennis van mensen zou toenemen, en met die kennis zouden de problemen van de samenleving opgelost kunnen worden.

Mensen gingen dus nadenken over de ideale samenleving en het leven op zich. Daarbij kwamen de verlichters tot de conclusie dat het geluk op aarde het belangrijkst was, net zoals de visie in de Renaissance was. De verlichters waren vervolgens van mening dat het begrip vrijheid het belangrijkste was als het om geluk ging: ‘vrijheid om te zeggen wat je wilt (vrijheid van meningsuiting); vrijheid om je gedachten te publiceren (vrijheid van drukpers); vrijheid om te geloven of niet te geloven wat je wilt; vrijheid om handel te drijven met wie je wilt.’[1] Filosoof John Locke streefde naar gelijkheid voor iedereen voor de wet en vrijheid van godsdienstkeuze. Rousseau, een ander verlicht filosoof, was ook groot voorstander van vrijheid op alle gebieden, en was van mening dat de oplossing voor een goede samenleving een maatschappelijk verdrag zou zijn: ‘De oplossing is een contract tussen de mensen: iedereen zal doen wat goed is voor het volk, en wat goed is voor het volk, is goed voor iedereen: de algemene wil.’[2] Maar de filosoof die misschien wel het meeste invloed heeft gehad op onze samenleving, is Montesquieu. Hij is degene die kwam met de ‘trias politica’, ook wel bekend als ‘de scheiding van de drie machten’ (wetgevende macht, uitvoerende macht, rechtsprekende macht). Ook heerste in de Verlichting de mening dat opvoeding en onderwijs verbeterd moest worden en dat mensen mondiger gemaakt moesten worden. Maar wat er van al deze idealen terecht is gekomen?

Als het gaat om de vrijheid, en daarmee de verdraagzaamheid waar de verlichters om streden, dan hebben ze het mooi voor elkaar gekregen. In de grondwet staat vrijheid van godsdienst en vrijheid aangaande vele andere dingen (zoals vrijheid van drukpers) vastgelegd. Deze vrijheid wordt bovendien door vrijwel heel de Nederlandse samenleving erkend. Natuurlijk zijn er altijd uitzonderingen op de regel; er zijn vast en zeker kleine groeperingen die het niet eens zijn met bijvoorbeeld vrijheid van godsdienst, en die daarmee ook niet verdraagzaam zijn naar anderen toe. Maar over het algemeen kan er worden geconstateerd dat het ideaal (godsdienst)vrijheid en het daarmee parallellopende ideaal verdraagzaamheid uit de Verlichting geslaagd is. Deze idealen zijn bovendien nog steeds geldig: als er door mensen wordt afgeweken van de godsdienstvrijheid die in Nederland heerst, zijn mensen het er snel niet mee eens en komen ze in opstand of spannen ze een rechtspraak aan (Zaak Geert-Wilders). 

Het ideaal dat de macht eerlijk verdeeld moest worden, is naar mijn mening ook erg goed gelukt. Het idee van de scheiding van de drie machten, dat in de 18e eeuw revolutionair was, is nu vanzelfsprekend. Vrijwel in alle westerse landen geldt een scheiding der machten. Bovendien willen mensen het ook niet meer anders: (vrijwel) iedereen is het ermee eens dat de scheiding der machten de enige manier is om een democratie juist te laten functioneren.

Verder is het onderwijs ook heel erg vooruit gegaan ten opzichte van de 18e eeuw. Tegenwoordig mag iedereen naar school (ook meisjes) en heeft iedereen leerplicht. Men is gaan beseffen dat goed onderwijs uiteindelijk de welvaart van een land bepaald, dit is geheel volgens de idealen van de verlichting, die van mening waren dat kennis (en dus goed onderwijs) het belangrijkst was. Iedereen kan nu lezen en schrijven, iedereen heeft wel een bepaalde algemene kennis, eentje die een stuk hoger ligt dan in de 18e eeuw. Daarop gebaseerd kan dus geconstateerd worden dat het streven om onderwijs en opvoeding te verbeteren ook geïdealiseerd is.

Tot slot streefde men in de Verlichting naar meer mondigheid. Als er iets is dat deze tijd heerst, dan is het wel mondigheid. Mensen durven te zeggen wat ze denken, de politieke en sociale druk is zo klein geworden dat ze geen barricade meer vormen voor mensen om hun mening te uiten. Vrijheid van meningsuiting is iets waar de Nederlandse burger veel waarde aan hecht en ook zo goed mogelijk benut: de laatste tijd komen vrijheid van meningsuiting en grondartikel 1, dat stelt dat discriminatie niet toelaatbaar is, elkaar zelfs tegen. Tegenwoordig heerst de vraag hoe ver je mag gaan met het uiten van je mening: wanneer is je meningsuiting nog toelaatbaar, waar vormt zich de grens tussen het uiten van je mening en discriminatie? Alleen al uit het feit dat deze vraag heerst, kan geconcludeerd worden dat er tegenwoordig sprake is van mondigheid, en dat dit verlichte streven dus ook goed geïdealiseerd is.

Als laatste wil ik nog opmerken dat al het bovenstaande voornamelijk gericht is op Nederland en andere westerse democratieën: in vele niet-westerse landen zijn deze verlichte idealen nog niet zodanig tot de burgers doorgedrongen dat er ook veranderingen zijn opgetreden, en wat dat betreft is het tijdperk ‘Verlichting’ nog niet geheel aan het verleden toe te schrijven, en moet ze zich nog aan vele landen voordoen.



[1] Sprekend Verleden, Harald Buskop, Leo Dalhuisen, Roen van der Geest e.a., 2009, Uitgeverij Nijgh Versluys
[2] Sprekend Verleden, Harald Buskop, Leo Dalhuisen, Roen van der Geest e.a., 2009, Uitgeverij Nijgh Versluys

dinsdag 15 januari 2013

Leesverslag Algemeen: Het woeden der gehele wereld, Maarten 't Hart



  1. Algemene informatie

Standaardtitelbeschrijving
§         Auteur, titel
§          Plaats van uitgave, jaar van uitgave, druk
§         Aantal pagina’s

Maarten ’t Hart, Het woeden der gehele wereld
Uitgeverij De Arbeidspers, Amsterdam, 1993, 1993

282
Genre
Psychologische roman/Bildungsroman/detective
Samenvatting
Alexander Goudveyl en zijn ouders zijn verhuisd vanuit Rotterdam naar een klein vissersplaatje: ‘t Hooft. Alex wordt in dit dorp erg gepest, maar wordt in bescherming genomen door “juut” Vroombout.
Tijdens een les op school wordt er een verhaal uit de bijbel voorgelezen. Deze tekst maakte veel indruk op Alex, als hij een keer bijna verdrinkt weet hij zeker dat God hem probeert te doden.
Alex verdient geld bij door zijn geslachtsdeel voor een kwartje aan Arend Vroombout te laten zien. Op 22 december wordt Vroombout achter de rug van Alex vermoord, dit gebeurt tijdens de Kruishoop-campagne. Alex zat namelijk in een loods piano te spelen, terwijl hij bezig was hoorde hij een knal. Hij dacht dat de knal door zijn vader gemaakt was en keek dus niet direct. Als hij op een gegeven moment toch kijkt ziet hij Vroombout dood liggen en staat er een man bij die iets op hem richt. Alex denkt weer dat God hem zocht om te doden. Inspecteur Graswinckel ondervraagt hem enkele malen na het incident.
Alex is verslaaft aan piano spelen en mag daarom af en toe bij Minderhout ( de apotheker) oefenen om tegelijkertijd op het huis te passen als Minderhout zelf er niet is. Op een avond als hij door het huis slentert, vindt hij op zolder de kleren waarin de moordenaar van Vroombout was gekleed.
Ondertussen raakt Alex bevriend met William Keenids. Alex krijgt pianoles van de moeder van William, Alice. Samen met William praten ze veel over de moord.
Alex gaat in Leiden farmacie studeren. Tegen zijn wil in, want zijn grote liefde ligt bij de muziek. Alex heeft een bijbaantje als pianostemmer. Hij ontmoet Hester Ederheim, een joodse, haar ouders zijn bevriend met Minderhout. Deze kennen ze van de oorlog toen Minderhout een vluchtpoging naar Engeland op had gezet, maar deze mislukte. Alex komt erachter dat de Ederheims tijdens de moord op bezoek waren bij Minderhout.
Alex moet de piano stemmen bij weduwe Vroombout. Deze vertelt dat Arend elk jaar nog een rekening uitschreef naar vluchtelingen van de oorlog. Door hen waren ze nl. hun haringlogger kwijtgeraakt. De vluchtelingen wilden niet meer betalen en volgens de weduwe is hij daarom vermoord.
Alex gaat pianolessen afbetalen bij Alice. Deze zegt dat Alex niet bang hoeft te zijn dat hij ook vermoord wordt. Alex trouwt met Joanna, dochter van dirigent Oberstein die misschien ook nog als verdachte voor de moord op kon draaien.
Jaren later ontmoet Alex zijn schoonvader en beschuldigd hem van moord. Hij gaat wandelen met hem en alles wordt uitgepraat, Oberstein heeft deels toegegeven, maar vertelt dat hij niet degene is die het schot gelost heeft. Alex zal dus nooit met zekerheid kunnen zeggen wie het schot heeft gelost, en zowel Alex als de lezer blijven met vragen achter. Maar het gewone leven gaat door.



  1. Verwachtingen

Toen ik dit boek voor het eerst zag had ik er over het algemeen niet extreem veel verwachtingen over. Wel herkende ik de naam van de schrijver en nadat ik de achterkant had gelezen verwachtte ik wel dat het een spannend, boeiend boek zou worden.  

  1. Motieven en thema

Motieven

Het geloof

Een van de elementen die telkens terugkeren in Het woeden der gehele wereld is het geloof. In ’t Hooft, het plaatsje waar Alex met zijn ouders woont, speelt geloof een belangrijke rol. Het leven in ’t Hooft lijkt soms wel alleen maar om het geloof te draaien, en Alex zelf kan er ook moeilijk aan ontkomen, zo blijkt ook uit dit citaat: ‘Nog goed herinner ik mij dat meester Mollema op die dag ’s morgens uit de bijbel las over Mozes’ terugkeer naar Egypte. Eén tekst bleef de hele dag door mijn hoofd spoken. ‘En het geschiedde op den weg, in de herberg, dat de Heere hem tegenkwam, en zocht hem te doden.’De Heere zocht hem te doden. Daar begreep ik niets van. Als God iemand wilde doden, hoefde Hij toch maar met zijn vingers te knippen?’ (pagina 24) Op deze manier wordt vaak de bijbel aangehaald in het boek, en keert het geloof steeds weer terug. Daarom kan er van een motief gesproken aangaande het geloof.

Angst
               
Het afgelopen motief zorgt voor een bruggetje naar dit motief: angst. Ook angst komt het hele verhaal terug. Zeker als Alex de enige getuige van de moordenaar van Vroombout blijkt te zijn. Het hele verhaal door blijkt telkens weer dat Alex zijn leven niet zeker is, omdat er een moordenaar rondloopt die misschien Alex, als enige getuige, ook wil vermoorden. Met die gedachte keert ook steeds weer de gedachte over God, die hem misschien wel zocht te doden, terug: ‘Pas toen ik ’s avonds in bed lag, begon ik, zodra ik wegdommelde, hevig te rillen. God had, wist ik, andermaal gezocht mij te doden, en alweer klaarwakker, maar nog altijd bevend over al mijn leden, lag ik met open ogen in het duister, en probeerde ik mij te herinneren of de armbeweging van die man, die ik maar heel even had aanschouwd, het gebaar was geweest van iemand die en pistool richtte.’ (pagina 61)

Noodlot
               
Tot slot is ook het noodlot, een willekeurige oppermacht, een belangrijk motief. Daarnaar wordt verwezen in dit citaat: “En wij maar denken dat wij in die onmetelijke uitgestrekthjeid iets te betekenen hebben, maar het is zoals Kierkegaard het niet onder ogen wou zien: het ene geslacht na het andere ontspruit en verdwijnt als het loof in het bos, en een eeuwig vergeten, altijd hongerig loerend op buit, zuigt ons weg in een bodemloze leegte die nooit verzadigd wordt, en een wild gistende onberekenbare macht, die zich in duistere hartstochten wentelt, brengt alles voort, en dankt ook alles weer moeiteloos af.’ ‘Misschien gebeurt dat laatste binnekort wel,’zei ik, ‘vele astronomen denken dat Sirius een sipernova zou kunnen worden. Als dat zich voordoet, worden wij in één klap weggevaagd.’  (pagina 281/282)             

Thema
         
Het thema van dit boek is het zoeken naar identiteit. Alexander zoekt naar identiteit, herkomst en een vastheid in dit leven. In de huiselijke, gereformeerde omgeving vindt hij geen vastigheid. Daarom gaat hij daarnaar op zoek. Eerst gelooft Alexander in God. Later wordt Bach zijn God. Muziek geeft hem steun. Toch werkt muziek nog niet geheel bevredigend. Pas als hij weet wie de moord op Vroombout heeft gepleegd, en met welke motieven, zal hij zijn eigen identiteit vinden. Dat doet hij dan ook, aan het eind van het boek.

  1. Beoordeling
    1. Schrijfstijl
’t Hart heeft een mooie schrijfstijl. Hij gebruikt lange zinnen en geeft vele mooie beschrijvingen. Aan het begin was het wel een beetje wennen, maar eenmaal in het verhaal leest het prima en zorgen de lange zinnen en uitgebreide beschrijvingen dat je juist bij het verhaal blijft. Ook is de manier waarop ’t Hart de verschillende personages met elkaar laat communiceren leuk. In het dorp ’t Hooft is, zoals het in het boek zelf al mooi wordt omschreven, dit het geval: ‘Het was zo’n vreemde wereld, die wereld van mijn jeugd; een jongen zoals ik werd er aangeduid als een ‘gassie’; een agent noemde men een ‘juut’. De gehuwde vrouw die je herkennen kon aan het feit dat zij altijd een schort droeg, werd ‘juffrouw’ genoemd. Een wufte vrouw heette een ‘mokkel’. Een apert lelijke vrouw werd schamper omschreven als een ‘jodenbed’. De wonderlijke wezens met haarstrikken die elders als meisjes aangeduid werden, heetten bij ons ‘hittepetitjes’. Trouwde zo’n hittepetitje met een gassie, die inmiddels een ‘gozer’ was geworden,dan vormden zij ‘een spannetje’. En zo’n spannetje zette dan vervolgens rap een half dozijn ‘wurmen’ of ‘aposteltjes’ op de wereld.’
De manier waarop verschillende personages van het boek hierboven omschreven worden, worden in de rest van het boek ook zo genoemd. Dat zorgt voor een op een bepaalde manier luchtige, en soms ook humoristische sfeer door het verhaal heen.

    1. Inhoud
Personages

Het boek draait overduidelijk om één persoon: Alexander Goudveyl. Over hem als persoon kom je dan ook veel te weten. De rest van de personages blijven allemaal vrij oppervlakkig. De ouders zijn slechts typen: zuinige bekrompen mensen. Hetzelfde geld voor Vroombout, ook hij is slechts een type: de pedofiel.

Vertelwijze

In de proloog is er sprake van een auctoriale vertelsituatie. De schrijver is daar de alwetende verteller.
In de rest van het verhaal is er een ik-vertelsituatie. Hij vertelt het verhaal en kijkt terug op zijn jeugd en een deel van zijn volwassenheid. De ik-figuur is niet de schrijver zelf.



  1. Eindoordeel

                      

Vond het niks                                                                                                            Vond het geweldig

Zoals je aan de eindoordeelbalk kunt zien vond ik het een best goed boek. Het boek las goed door, doordat het iets weg heeft van een detective: je wilt weten wie de moord gepleegd heeft. Er wordt naar veel filosofen, boeken en muziekstukken verwezen, ook dat vind ik leuk en interessant om te lezen, zo is Alex ook weg van Bach: ‘Toch wist ik dat ik (…) dat ik mijn leven lang Bach lief zou hebben boven alles, met heel mijn hart en heel mijn ziel en al mijn kracht en al mijn verstand. In zeker opzicht he ik op die zondag ook geloofsbelijdenis gedaan, ook mijn God gevonden. Alleen heette mijn God Bach, (…).’ 
Aan de andere kant vond ik het feit dat hij heel veel door ging over filosofische gedachten, geloof, boeken et cetera, soms storend. Het was namelijk soms echt niet van belang voor het verhaal, wat het af en toe moeilijk maakte om door te lezen. Dit is een klein minpunt.

Maar al met al zou Het woeden der gehele wereld [Titelverklaring: Alexander luistert met zijn pianolerares, Alice Keenids, naar cantate 80 van Bach, waarin die het woeden der gehele wereld oproept en ook weer bezweert.], met zijn prachtige omschrijvingen en beeldspraak bijna een muzikaal gecomponeerde roman genoemd mogen worden. Maar is daarnaast ook een echte whodunit die ervoor zorgt dat je hoe dan ook door blijft lezen en geboeid blijft tot het eind.

Dit alles heeft ervoor gezorgd dat ik het een bovengemiddeld goed boek vond en zeker overweeg om nog een keer iets van Maarten ’t Hart te gaan lezen. Het boek heeft zeker aan mijn verwachtingen voldaan. 

Bronnen


vrijdag 5 oktober 2012

Leesverslag algemeen: Een uur en achttien minuten, Peter Zantingh



  1. Algemene informatie

Standaardtitelbeschrijving
Ø      Auteur, titel
Ø      Plaats van uitgave, jaar van uitgave, druk
Ø      Aantal pagina’s

Peter Zanthingh, Een uur en achttien minuten
Uitgeverij De Arbeiderspers Amsterdam, 2011, 2011
192
Genre
Psychologische roman & coming-of-age roman
Samenvatting
Op een zondagochtend keert de vijfentwintigjarige Johan met de trein terug naar zijn geboortedorp in West-Friesland. De avond daarvoor heeft Joey, een van zijn beste vrienden, zich volkomen onverwacht van het leven beroofd. Zantingh beschrijft vervolgens de week tussen Joey’s dood en zijn begrafenis en laat zien hoe Johan terugkijkt op zijn jeugdjaren in het dorp en zijn vriendschap met Joey.
Joey en Johan behoren tot een groep van vijf vrienden die elkaar vinden in het voetballen en samen opgroeien op het platteland in de kop van Noord-Holland. Daar is de wereld veilig en betrouwbaar. Iedereen kent iedereen en het leven is goed. Maar aan alles komt een einde. De jongens groeien op en gaan ‘volwassen’ levens leiden. De een krijgt een vriendin, de ander een baan en Johan vertrekt naar Utrecht om te studeren. De jongens krijgen een eigen leven, afzonderlijk van elkaar. Onvermijdelijk maar schijnbaar onverdraaglijk voor Joey. Joey die zijn weg in het leven niet lijkt te kunnen vinden, maar daar nooit met één van zijn vrienden over spreekt. Joey stuurt alleen op de rampspoedige zaterdagavond een sms’je: ‘Jongens, het spijt me. Ik heb de lat te hoog gelegd, ik ben mijn idealen kwijt. Sorry. Bedankt. J.’ Hiermee moeten de vier vrienden het doen.


  1. Verwachtingen

Omdat mijn moeder in de jury voor ‘De Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs’ (DJP) van 2012  zat, kreeg ze een hele doos vol boeken binnen die ze moest lezen, daarbij zat ook dit boek. Uiteindelijk bleek het een heel goed boek te zijn en eindigde het op de shortlist. Daarom besloot ik het te lezen. Mijn moeder had positief commentaar op het boek dus ik verwachtte dat het een goed boek zou zijn. 



  1. Motieven en thema


Motieven

Het ontgroeien van een vriendschap

Een van de elementen die telkens terugkeren in Een uur en achttien minuten is dat de vijf vrienden hun vriendschap zijn ontgroeid. Door de zelfmoord van één van hen worden ze herenigd en moeten ze hun vriendschap binnen een week herzien. Dat ze elkaar zijn ontgroeid blijkt onder andere sterk uit Johan (hoofdpersoon), hij is naar de grote stad vertrokken (Utrecht), heeft nieuwe mensen leren kennen en een heel ander leven opgebouwd. Hetzelfde geldt voor de anderen. Behalve voor Joey (de jongen die zelfmoord pleegde), hij is blijven hangen in zijn geboortedorp, is blijven steken in zijn jeugd, terwijl iedereen om hem heen wel verder is gegaan in het leven. Dit blijkt  ook uit zijn laatste sms’je naar zijn vrienden:  "Jongens, het spijt me. Ik heb de lat te hoog gelegd, ik ben mijn idealen kwijt. Sorry. Bedankt, J."  
Doordat de vier jongens worden herenigd door de zelfmoord van Joey moeten ze hun vriendschap herzien. Er  blijkt uit vele dialogen tussen de vier (vroegere) vrienden dat ze elkaar zijn ontgroeid, en andere levens zijn gaan leiden. Dit is een terugkerend element in het verhaal, oftewel een motief.

Het ontgroeien van je ouderlijk huis en leefomgeving
               
Niet alleen zijn de jongens hun vriendschap ontgroeid, maar weldegelijk ook de plek waar ze zijn opgegroeid, hun geboortedorpje in West-Friesland. Johan is in Utrecht gaan wonen en heeft daar zijn leven opgebouwd. Doordat hij (door de zelfmoord van Joey) terug is in zijn geboortedorp, wordt je als lezer herhaaldelijk geconfronteerd met dit aspect. Zo denkt Johan ook: ‘Hoe mijn moeder ook haar best doet, hoe oprecht mijn vader  ook vraagt hoe het met me gaat als hij ’s avonds thuiskomst, waarna hij me geruststellend over mijn rug wrijft. Dit is mijn thuis niet meer.’ (blz. 97)

Schuldgevoel
               
De jongens voelen zich schuldig na de dood van Joey. Ze hebben een schuldgevoel over het feit dat hun vriendschap gekenmerkt werd door zwijgzaamheid, althans, zwijgzaamheid over belangrijke dingen, over hun emoties en diepere gedachten, onder het motto: praten is voor mietjes. Een van de vrienden (Dennis) zegt ook over hun vriendschap: “Maar dat is het nou net, met ons allen hier, we houden onze bek dicht en denken dat het weer weggaat. Anders zijn we zwak en zielig. Mietjes. Lach het maar weg!”
Dit schuldgevoel van de vier jongens keert (natuurlijk) constant terug in dit verhaal.
               
                Thema
               
                Het thema van dit boek is (vermoedelijk) ‘het herzien van een jeugdvriendschap door een
vreselijke gebeurtenis’, in dit geval zelfmoord. Dit is de onderliggende gedachte van het verhaal en vormt het onderwerp ervan.  




  1. Beoordeling
    1. Schrijfstijl


Zantingh heeft een hele mooie schrijfstijl, zeker voor dit verhaal. Het lukt Zantingh om met heel weinig woorden heel veel te zeggen. Daardoor zijn stijl en inhoud in perfecte harmonie met elkaar. Het verhaal gaat namelijk over een jongensvriendschap waarin nooit teveel woorden vuil worden gemaakt aan emoties en diepere gedachten over het menselijk bestaan, dat wordt perfect weerspiegeld door Zantingh’s schrijfstijl: hij (be)schrijft met staccatozinnetjes en de dialogen zijn kort maar krachtig, hiermee, en met mooie, effectieve, beeldende beschrijvingen wordt alle aandacht exclusief gericht op het schrijnende verhaal.

Als Johan net aan is gekomen in zijn ouderlijk huis:

‘De hond zit kwispelend aan mijn voeten. In de keu-
         ken zoemt de broodbakmachine. De radio brengt een
         gesprek over Barack Obama.
En Joey is dood.’                                                                            (pag.9)


    1. Inhoud

Personages

Het boek draait min of meer om de personages. Doordat Joey zelfmoord heeft gepleegd gaat Johan (hoofdpersoon) alles na wat er is gebeurd en gedaan, samen met de andere drie vrienden. Dit bepaalt voor een groot deel de inhoud van het verhaal.

Situaties

Veel mooie situaties worden verteld die de gedachtes van de hoofdpersonen goed weergeven. Sommige dingen voelen voor de hoofdpersonen erg surreëel aan en dat laat Zantingh goed merken door typerende gebeurtenissen te beschrijven (zoals het huren/kopen van een pak voor de begrafenis van je beste vriend).  



  1. Eindoordeel

                      

Vond het niks                                                                                                                                   Vond het geweldig

Kijkend naar de Eindoordeelbalk kun je zien dat ik het een erg goed boek vind. Het boek was aangrijpend en ijzersterk geschreven. Het onderwerp is bijzonder mooi weergegeven in prachtig taalgebruik:
 ‘Een sms’je dat ik gisteravond kreeg: "Jongens, het spijt me. Ik heb de lat te hoog gelegd, ik ben mijn idealen kwijt. Sorry. Bedankt, J.". Tachtig tekens. Een halve maar. Een uitnodiging om hier weer te zijn, in het dorp waar ik volwassen werd. Waar ik een prachtige jeugd achterliet en waar ik voor aanstaande vrijdag een zwart pak moet regelen.’ (pag. 31)

De manier waarop de gevoelens en gedachten op een effectieve en daardoor ook mooie manier worden beschreven zorgen ervoor dat je aandacht continu bij het verhaal blijft:

‘Ik ben te moe om met een metaaldetector de afgelopen maanden en jaren af te speuren, op zoek naar nog meer schuldgevoel. Het kleeft al een week aan mijn schoenen. Wie me vanaf zondag had willen volgen, had het spoor tot elke meter kunnen nagaan, tot hier, op de gele vloerbedekking. Hier houdt het spoor op.’ (pag. 174)

Dit alles heeft er bij mij voor gezorgd dat ik het boek in één ruk heb uitgelezen en het zo’n indruk op mij heeft gemaakt dat het gehele verhaal me (bijna) in detail is bijgebleven sinds ik het heb gelezen (paar maanden geleden).



  1. Lijst van gebruikte bronnen










maandag 11 juni 2012

Schrijverspaspoort: Imme Dros


Algemene informatie:

Auteur:

Imme Dros
Titel:

Odysseus: een man van verhalen
Uitgever
Querido’s Uitgeverij B.V.
Plaats van uitgave

Amsterdam
Jaar van uitgave
1994
Druk
1994
Genre
Reisverhalen
Korte samenvatting boek
Toen Odysseus, koning van Ithaka, tegen Troje ten strijde trok, was zijn enige zoon, Telemachos, nog een baby. De jongen groeide op met een vader die alleen uit verhalen bestond: een man van duizend listen, die de poorten van Troje voor de verzamelde Griekse vorsten wist te openen door de valstrik met het houten paard... Tien jaar heeft die oorlog geduurd, en nog eens tien jaar heeft Ithaka op de terugkeer van zijn vorst moeten wachten. 
Ook voor de goden is Odysseus een man van verhalen: zij vermaken zich met zijn omzwervingen na de val van Troje. Hoog op de Olympos horen zij hoe hij de Kykloop verslaat, hoe hij vastgebonden aan de scheepsmast de verlokkingen van de Sirenen weerstaat, hoe hij een aantal jaren door een verliefde Kalypso wordt vastgehouden... 
Bijna twintig jaar duurt het dus voor Odysseus eindelijk thuiskomt van zijn toch naar Troje en zijn daaropvolgende omzwervingen. Bijna twintig jaar duurt het ook voor Telemachos zich vermant en de kracht en de moed heeft zich te verzetten tegen de machtsbeluste vrijers van zijn moeder. En dat wordt tijd ook: zijn positie van kroonprins met een vader wiens troon nu al een half mensenleven leegstaat wordt steeds onwerkelijker. 

Imme Dros: een vrouw van verhalen

Door: Sara Visser
Kinderboekenschrijfster Emmy Theodora (Imme) Dros heeft al vele literaire prijzen gewonnen met haar boeken en staat bekend om haar herschrijvingen van de vele Griekse mythen, waarmee ze de verhalen uit de Oudheid toegankelijk maakt voor de jeugd. Dros werd geboren op Texel (Oudeschild) op 26 september 1936, als oudste van zes kinderen. Op Texel groeide ze vervolgens ook op. Ze ging er naar de lagere school en maakte daar dus ook daar de oorlog mee. Daarna ging ze iedere dag naar de kweekschool in Den Helder, met de boot. Ze stapte echter al snel over naar de vierde klas van het gymnasium. Na een jaar werken in Engeland begon ze in 1958 aan de studie Nederlands in Amsterdam.  In1963 huwde ze met Harrie Geelen, daarmee kreeg ze drie kinderen. Haar man, Geelen, heeft  een aantal van haar boeken geïllustreerd en werkt nog vaak samen met Dros aan onder andere prentenboeken.

Schrijven deed Dros altijd al graag, brieven en opstellen, maar ze tekende ook, speelde toneel en vertelde verhalen aan haar broers en zusjes. Toen ze wat ouder begon te worden, ging Dros op verzoek van haar oudtante schrijven voor de kinderpagina van Het Utrechtsch Nieuwsblad. Tijdens haar studententijd ging ze daarmee door, echter niet voor Het Utrechtsch Nieuwsblad, maar voor Het Vrije Volk.  In 1971 debuteerde ze met Het paard Rudolf, sindsdien heeft ze een grote variëteit aan boeken voor jongeren op haar naam staan: dierenverhalen, verhalen voor peuters en kleuters, verhalen voor oudere kinderen, herschreven mythen en toneelteksten. Haar complete oeuvre telt een ruime zestig werken. In 2003 ontving ze de eervolle Theo Thijssenprijs hiervoor. Een aantal bekende boeken naast haar debuut zijn: De trimbaan (1994), De reizen van de slimme man (1988), Roosje kreeg een ballon (1989), De o van opa (1990), Ik wil die! (1991), De blauwe stoel, de ruziestoel (1993), Odysseus : een man van verhalen (1994), Morgen ga ik naar China (1995), Dit is het huis bij de kromme boom(1997), Ilios : het verhaal van de Trojaanse oorlog (1999). Deze boeken hebben overigens allemaal een keer de Zilvere Griffel gewonnen. De Woutertje Pieterse ontving Dros voor de boeken Annetje Lie in het holst van de nacht (1988),en heel lief konijn (1993), Bijna Jarig (2006). Met de bekroning van Annetje Lie in het holst van de nacht werd de standaard voor de prijs gezet. Het is een raadselachtige verhaal met zijn rijkdom aan mooi taalgebruik, liedjes en geschiedenis. Doordat zich langs de bovenkant van de pagina’s nauwkeurig getekende plaatjes als een filmstrip ontrollen en Dros tegelijkertijd het verhaal weergeeft in poëtische zinnen, geeft dit als resultaat een prijzenswaardig verhaal. 

Haar obsessie voor de taal heeft Dros helemaal kunnen uitbuiten in het vertalen van de Odyssee. Vertalen is volgens Dros slijpen, net zoals schrijven: ‘Het gaat om het juiste woord op de juiste plaats. Ik hoorde de violist Isaac Stern op de televisie betogen dat er geen enkele noot onbelangrijk is. Zo is het met woorden ook. Het zoeken naar het precies passende woord, dat is geweldig.’. Het vertalen van de Odyssee was dan wel een hele klus, maar Dros vond het meer dan de moeite waard: ‘Ik heb het gevoel dat ik pas echt iemand ben sinds die vertaling. Op de een of andere manier heb ik ermee bewezen dat ik kinderboeken schrijf omdat ik dat wil en niet omdat ik niet anders kan.’
Wie het werk van Imme Dros ziet krijgt de indruk van een productief en gedreven schrijverschap. Kenmerkend voor alles wat ze schrijft is de nauwkeurigheid waarmee ze haar verhalen tot stand brengt, de mooie krachtige dialogen en de poëtische landschapsbeschrijvingen. Dit alles maakt haar dan ook een schrijfster die niet snel vergeten zal worden: een vrouw van verhalen.     



vrijdag 30 maart 2012

Recensie 'De Aanslag' - Harry Mulisch

De Aanslag: spannend, vlot, mooi en filosofisch

Harry Mulisch, De Aanslag, De Bezige Bij, 2010 (eerste druk 1982), 348 blz.

Door Sara Visser, 4b
‘Ik ben de Tweede Wereldoorlog’, zei Harry Mulisch (1927 - 2010) ooit. Dit citaat typeert niet alleen zijn schrijverschap, maar ook hemzelf. Mulisch, naast Willem Frederik Hermans en Gerard Reve één van de zogenaamde ‘Grote Drie’, groeide namelijk op als zoon van een Oostenrijkse collaborateur en een joodse moeder. Hij publiceerde o.a. poëzie, essays, reportages en toneel, maar vooral veel romans en verhalenbundels. Dat de Tweede Wereldoorlog zo bepalend voor zijn leven was, blijkt ook uit zijn roman De Aanslag (over de nasleep van de Tweede Wereldoorlog), één van zijn ‘jongensboeken-voor-volwassenen’, zoals oud Boekenchef van NRC-Handelsblad Pieter Steinz De Aanslag typeerde, die in 1982 in de boekenwinkels verscheen.
De Aanslag gaat over Anton Steenwijk, die tijdens de Tweede Wereldoorlog een opgroeiende jongen was en door een ingrijpende gebeurtenis toen de rest van zijn leven wordt vervolgd door de vraag wie schuldig is: ‘Was iedereen schuldig en onschuldig? Was de schuld onschuldig en de onschuld schuldig?’, vraagt Anton zich aan het einde van De Aanslag af, als hij het mysterie uit zijn jeugd heeft ontrafeld.
Met dat mysterie begint het spannende verhaal. Het is midden in de Hongerwinter, wanneer plotseling zes scherpe knallen weerklinken op straat, waarop vervolgens het lijk van de NSB’er die is doodgeschoten vóór het huis van de familie Steenwijk wordt neergelegd. Anton, net twaalf, heeft nauwelijks door wat er is gebeurd of hij wordt uit zijn huis gesleurd en meegenomen, om vervolgens toe te kijken hoe zijn huis in brand wordt gestoken. Als enige van de familie Steenwijk die niet terplekke wordt gefusilleerd, blijft Anton achter met de schuldvraag die hem de rest van zijn leven zal obsederen. Steeds wanneer hij denkt deze gebeurtenis en de vraag wie erachter zat los te kunnen laten, ontmoet hij overlevenden van toen en de nazaten van vermeende schuldigen, die hem stapje bij beetje steeds meer laten weten over hoe de zaak in elkaar steekt, wat er is gebeurd en wie verantwoordelijk is voor de doden.
Behalve dat De Aanslag een echte who/whydunnit is, die even spannend als vlot geschreven is, maken de compositie in vijf verschillende, naoorlogse tijdepisodes en de goedgekozen beeldspraak een bijzondere en indrukwekkende oorlogsroman van De Aanslag.
Mooi is bijvoorbeeld de wijze waarop de alwetende verteller aan het begin van het verhaal beschrijft hoe Anton, wanneer hij in de verte staart en naar de rimpelingen van het water kijkt, elke keer probeert ‘vast te stellen, hoe het zich nu precies voltrok’ en dat ‘elke keer de factoren aan groeiden tot een patroon, dat hij niet meer kon overzien.’ Deze beeldspraak, die niet alleen op de fysieke rimpelingen van het water slaat, maar ook op de complexiteit en wanorde van de Tweede Wereldoorlog, herhaalt zich aan het einde, als het mysterie is ontrafeld en Anton, als volwassen man die meeloopt in de anti kernwapendemonstratie van 1981, tot het inzicht is gekomen dat het verleden niet te veranderen is: ‘Maar wat doet het ertoe? Het is allemaal vergeten. De kreten sterven weg, de golven trekken glad, de straten raken leeg en het wordt weer stil.’
De stilte, ‘die de oorlog tenslotte was in Holland’, de willekeur van het lot en de vage scheidslijn tussen goed en kwaad, wordt door Mulisch knap voelbaar gemaakt. Deze thema’s komen bovendien knap terug in de sfeervolle en beeldende (landschaps)beschrijvingen. Bijvoorbeeld, wanneer Anton, inmiddels rond de twintig, voor het eerst weer terugkeert naar zijn ouderlijk huis en de plek waar ‘de aanslag’ was gebeurd in zich opneemt: ‘De drie huizen. Een open plek tussen het eerste en het tweede, als een gehavend gebit. Alleen het hek was er nog [… ] Terwijl mussen kabaal maakten in de boompjes, zag hij het huis weer verrijzen: opgebouwd uit transparante stenen, het glas en het riet van zijn herinnering’.
Tot slot geeft de alwetende verteller aan de dialogen een mooi ethisch-filosofisch tintje, op een manier die je aan het denken zet. Dit komt goed naar voren in een gesprek tussen Anton en een vermeende schuldige (uit het verzet), die zijn oorlogsdaden probeert goed te praten door het filosofische vraagstuk over hoe je moet handelen en of je moet handelen naar zoveel mogelijk geluk voor zoveel mogelijk mensen, ter sprake te brengen: “… Dan kan alle liefde en geluk en goedheid van de wereld niet opwegen tegen de dood van ook maar één kind. Het jouwe, bijvoorbeeld. […] Dus deden we het.’ ‘Weegt het er dan wel tegen op?’ vroeg Anton plotseling.’
De spannende vorm, de vlotte en toch ook heel mooie schrijfstijl en de ethische vragen die Mulisch je voorschotelt, maken dat De Aanslag voor mij een van de betere oorlogsverhalen is: een literaire must!

Leesverslag 'De wereld gaat aan vlijt ten onder' - Max Dendermonde

 Persoonlijke beoordeling

Ik vind het onderwerp erg leuk en interessant. Het is goed gevonden dat de wereld aan vlijt ten onder gaat, dat is ook eigenlijk zo. Iedereen moet altijd maar haast hebben, en dingen bereiken, en daarbij nog meer haast hebben. Maar het is ook goed om zo af en toe rustig aan te doen, en daar draait dit boek om. Dit gegeven heeft mij daardoor ook wel aan het denken gezet, natuurlijk is het goed om dingen te bereiken, maar er moet wel maat gehouden worden. Heel veel mensen beseffen dat niet, en gaan maar door. Zonder dat ze beseffen dat hun leven heel snel voorbij aan het gaan is.

In het boek kwamen misschien wel iets teveel gebeurtenissen voor. Soms vond ik het daardoor ook moeilijk te volgen, want er waren ook veel terugblikken e.d.. Zonder die gebeurtenissen zou het weer niet compleet zijn, dus eigenlijk is het aantal gebeurtenissen tegelijkertijd ook weer niet te veel. Het is niet zo dat ik het lezen daardoor niet de moeite waard vond, soms lukte het me alleen niet om me er toe te zetten om door te lezen, door de vele verschillende gebeurtenissen.
Ik vond sommige gebeurtenissen heel erg spannend, zoals wanneer Alec vlucht voor de pers, omdat zijn boek gepubliceerd is. Andere delen zijn juist weer heel mooi om te lezen, wanneer Alec filosofeert over de haast van alle mensen. Ook vond ik sommige stukjes een beetje saai om te lezen, als er lange beschrijvingen van landschappen e.d. zijn.

De personen vind ik wel heel echt. De manier waarop ze beschreven zijn maakt dat je helemaal met ze meeleeft en opgaat in het verhaal (ondanks sommige saaie passages). Ik herken wel de eigenschap van Alec dat hij ‘rustig aan’ wilt doen, dat wil ik zelf af en toe ook namelijk wel, wanneer ik iedereen om mij heen zie haasten. De familie Pousekovsky vind ik ook wel realistisch, zij zijn allemaal helemaal gefocust op de wetenschap, zo erg dat ze niet meer weten wat ‘rusten’ en ‘gezellig niets doen’ betekent. Joan, een aangetrouwde Pousekovsky, heeft dat minder, zij weet wel nog wat ‘genieten’ inhoudt.

Het verhaal was/is, zoals ik hierboven ook al heb gezegd, af en toe vrij moeilijk leesbaar. Maar dialogen waren wel weer heel vlot leesbaar en gingen me gemakkelijk af. Voornamelijk door de terugblikken was het soms lastig om er achter te komen hoe je nou ‘zat in de tijd’. Het verhaal was geschreven vanuit het perspectief van de alwetende verteller. Dat was wel goed gekozen, want dan kan je ook de gedachtes van anderen dan Alec min of meer lezen. Dat maakte het duidelijker.    

Het taalgebruik (voornamelijk in beschrijvingen) vond ik af en toe wel lastig, omdat er ook veel oud-Nederlandse woorden in voorkwamen. Bij de dialogen was dat veel minder, die waren gewoon duidelijk, met wat ‘normaler’ taalgebruik, waardoor het lezen daarvan ook makkelijker ging.


  Beknopte verhaalanalyse en beoordeling

Beknopte verhaalanalyse en beoordeling

Titel: De wereld gaat aan vlijt ten onder
Auteur: Max Dendermonde
Verschijningsjaar: 1954

Subject
Uitwerking
Inhoud
Sciencefictionachtig verhaal over de zwerflustige barkeeper Alec J. Weatherwood, die strijd tegen het geloof in de maakbaarheid van de ideale samenleving dat de familie Pousekovsky, die in het rustige Oaklake een wetenschappelijk onderzoekscentrum vestigt, aanhangt. Alec vindt dat de wereld aan vlijt ten onder gaat.
Thema (hoofdonderwerp in abstractie)
Het thema is de botsing tussen twee werelden, de één van degenen die zich niet druk maken (Alec) en de ander van de mensen die zich uit de naad werken en telkens maar weer nieuwe dingen willen ontdekken (familie Pousekovsky).
Motieven (herhalende onderwerpen die gezamenlijk tot het hoofdonderwerp leiden)

Hoofdonderwerp: de wereld gaat aan vlijt ten onder

-         Nieuwe ontdekkingen door de Pousekovsky’s
-         Alec die er zelf in trapt en zich ook op een gegeven moment uit de naad gaat werken omdat hem wordt voorgesteld een boek te gaan schrijven


Personen
-         Hoofdpersoon: Alec J. Weatherwood, een man die zich niet graag en snel druk maakt om dingen, die gelukkig wordt van liefde, het ritme van een schommelstoel en ‘van een zomaar zijn, niet een willen hebben’.
-         Helen Pousekovsky, gaat heel erg/te veel op in haar werk (wetenschapper), en draait daar een beetje in door. Heeft gevoelens voor Alec, weet niet wat ze daarmee aanmoet, aangezien Alec het tegenovergestelde van haar is (lui, niet zo ambitieus).
-         Joan, een aangetrouwde Pousekovsky, ze laat zich, in tegenstelling tot de andere Pousekovsky’s niet meeslepen in de wetenschap, relatie tot Alec als broer en zus
Historische tijd en ruimte
Drie periodes:
-         1951
-         1952
-         1953
Ruimte:
-         Amerika

Titelverklaring

-         De titel (De wereld gaat aan vlijt ten onder) is tegelijkertijd ook de overtuiging van Alec J. Weatherwood, iedereen moet rustiger aan doen. Het is niet goed om altijd maar haast te hebben bij alles.

Verteller (perspectief)
Alleswetende verteller
Genre
(Sciencefiction) roman

Spanning
De vlucht en het onderduiken van Alec voor de pers
Stijl
Verteld met humor, soms wel moeilijk om door te komen, soms juist weer met vaart geschreven
Waardering in recensies
Meeste recensies zijn positief
Persoonlijke waardering
Mooi geschreven, zet me aan het denken, geeft een 7.6 als cijfer